Iedereen gaat in een kring staan. Om de beurt zegt iedereen zijn naam:
Een vliegje wordt gevangen en dan doorgegeven aan de volgende persoon. Het vliegje kan doen wat het wil.
Een rekbaar voorwerp wordt doorgegeven à kan zwaarder en groter worden.
In een kring gaan zitten en we geven een “sjaal” door, iedereen beeldt er een voorwerp mee uit en de rest mag raden wat het is.
2 rijen staan tegenover mekaar, partners tegen over elkaar. Iedereen staat evenver van mekaar. Kijk elkaar aan en begin de naam van de partner te fluisteren en naar mate jullie dichter bij elkaar komen harder en harder de naam roepen.
Herhalen hetzelfde, maar nu met gevoel erbij. Dus bv. Boos beginnen à bozer worden. Als de groep voldoende klein is à om beurt een koppel en de anderen raden het gevoel.
Iedereen loopt gewoon kriskras rond in het lokaal (op het terrein). Ondertussen worden er opdrachten gezegd die uitgevoerd moeten worden, in groep of alleen.
Iedereen loopt nog steeds rond in een kring en nu zijn er opdrachten die je moet doen.
Iedereen heeft in een bepaald lichaamsdeel een puist met daarin een magneet. Deze magneet wordt aangetrokken door de muur, maar ons lichaam wil niet mee. We fixeren ons dus op een bepaald punt op de muur. Wanneer we iemand tegenkomen, veranderen we van punt en af en toe veranderen we van lichaamsdeel. Als we iemand tegenkomen worden 2 puisten 1.
Iedereen sluit de ogen. De spelers beelden zich in dat ze een popcorn die poft (huppelen en springen) op zoek naar een andere popcorn. Als twee popcorns met elkaar in aanraking komen, plakken ze aan elkaar en poffen ze zo verder tot weer ze weer andere popcorns tegenkomen waar ze tegenaan plakken. Dit doen tot allemaal aan elkaar plakken.
We beelden ons in dat we allemaal een onderdeel zijn van een machine. Iemand begint een bepaalde beweging voortdurend te herhalen en iedereen mag aansluiten. Op die manier zal er uiteindelijk een goedwerkende machine gevormd worden.
Iedereen gaat per 2 staan, tegenover elkaar. De ene begint te bewegen en de andere is de spiegel. Na een tijdje verplaatst de spiegel zich naar achteren, eigenlijk heeft de kijker dus een spiegel achter zich. Daarna is de spiegel weer voor de persoon. Na een tijdje begint de spiegel de beweging te vergroten, iets later gaan de bewegingen trager.
We herhalen hetzelfde maar nu doe t de andere persoon de spiegel na.
2 personen komen iets geimproviseerd doen en de anderen mogen raden wat er zo speciaal is, of wat er uitgebeeld wordt. Er moet uiteindelijk een combinatie zijn van een plaats en 2 personen.
Er wordt niet gesproken, een brabbeltaaltje mag wel.
Iedereen staat op een rij. Vooraan wordt een gevoel in het oor gefluisterd. Met het gezicht naar voor beeldt de eerste het gevoel uit. Als de volgende denkt te weten wat het is, geeft die een tik op de schouder van de eerste en doet op een andere manier het gevoel voor aan de volgende. (met rug naar de volgende toe) De eerste mogen kijken naar de rest. De laatste moet zeggen welk gevoel hij begrepen heeft.
De groep krijgt situaties. Deze moeten uitgebeeld worden en daarna worden er foto’s van genomen. Iedere foto is een vervolg van de situatie è evolutie zien.
De groep kiest zelf hoe ze het uitbeelden.
Mogelijke thema’s
Korte rugmassage per twee.
Ene achter de andere zitten en maak kommetje van handen à zachtjes kloppen op rug van de andere persoon.